OVER PASCAL

Brussels minister van Mobiliteit en Openbare Werken, VGC Collegelid van Cultuur, Jeugd, Sport en Stedelijk Beleid en GGC Collegelid van Bijstand aan Personen. Pascal heeft één grote drijfveer en inspiratiebron. De stad zelf.

“Mijn hart klopt in deze stad. De reden waarom ik naar de Brusselse politiek ben gekomen, is Brussel zelf. In 2004 moest ik een bulldozer zijn om dingen in beweging te zetten. Vandaag kunnen de kranen aanrukken, om te bouwen. Toen ik in 2003 sprak van autovrije centrale lanen, werd ik bijna uitgejouwd. Kijk waar we nu staan.”

Als minister van Mobiliteit en Openbare Werken kan hij zijn droom voor een duurzame stadsontwikkeling volop gestalte geven. Dat betekent onder meer dat de openbare ruimte anders wordt verdeeld. Meer plaats voor beter openbaar vervoer, meer plaats voor fietsers en voetgangers.

De eerste stappen in de politiek

Pascal Smet wordt op 30 juli 1967 geboren in Haasdonk. Hij loopt school in Sint-Niklaas en studeert nadien rechten aan de Universiteit Antwerpen.

Op zijn achttiende krijgt Pascal de politieke microbe te pakken. Het is volle rakettencrisis en hij gaat betogen tegen het plaatsen van Amerikaanse raketten in Europa. Nadien is het maar een kleine stap naar de actieve politiek. Het duurt niet lang of Pascal Smet wordt verkozen, als SP-gemeenteraadslid in Beveren en als SP-provincieraadslid in Oost-Vlaanderen. Hij is dan nog maar een prille twintiger. In die periode wordt hij ook voorzitter van de jongsocialisten.

“Als voorzitter van de jongsocialisten lanceerde ik ooit het idee om de legerdienst af te schaffen. Ik vond het onrechtvaardig dat je met rijke ouders meer kans had om er aan te ontsnappen. Ik leerde toen dat goede ideeën soms te vroeg kunnen komen, maar meestal niet kunnen worden gestopt.”

De verhuis naar Brussel

Begin jaren negentig verhuist Pascal naar Brussel. Hij werkt op het commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en kiest er voor te wonen waar hij werkt. In 2000 wordt hij Commissaris-Generaal voor de vluchtelingen en al snel is duidelijk dat hij de grootste vluchtelingencrisis van het land moet aanpakken. Dat lukt en het jaarlijks aantal asielaanvragen loopt terug van 42.000 tot minder dan 20.000. Asielaanvragen worden voortaan correct behandeld en België wordt op vlak van asielbeleid een voorbeeld in Europa.

De ommekeer wordt ingezet

In september 2003 zet Pascal Smet opnieuw de stap naar de actieve politiek. Toenmalig sp.a-voorzitter Steve Stevaert duidt hem aan als de nieuwe Brusselse staatssecretaris van Mobiliteit. Zijn intrede in de Brusselse politiek gaat niet onopgemerkt voorbij. Voor Pascal mag Brussel een stuk ambitieuzer. Dat wil zeggen een stuk minder ingewikkeld op bestuurlijk niveau, meer groen in de stad en meer plaats voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer.

“Brussel zit nu eenmaal ingewikkeld in elkaar, wordt vaak gezegd door Brusselse politici als iets mislukt. Maar je gaat toch in de politiek om dingen te veranderen. En Brussel biedt op dat vlak veel kansen.”

Na de verkiezingen van juni 2004 wordt Pascal Smet minister van Mobiliteit en Openbare Werken in de Brusselse regering. Met die bevoegdheden maakt hij het verschil en bewijst hij dat zijn ideeën uitvoerbaar zijn. Openbare werken worden beter gepland en passen in een brede stadsvisie. Brussel moet autovrijer worden met een zichtbare plaats voor de fiets. En natuurlijk wil Pascal ook werk maken van snel en aantrekkelijk openbaar vervoer, in eigen bedding en aan een voordelig tarief voor bepaalde doelgroepen.

“Ik wandel en fiets graag in mijn eigen stad. Een stad die altijd wordt gekenmerkt door kranen. En zolang ik kranen zie, kan Brussel altijd verbeteren. Er moet meer gedroomd worden in Brussel.”

In 2006 werd Pascal Smet verkozen tot gemeenteraadslid van de stad Brussel en wordt hij (verhinderd) schepen van openbare werken, participatie en gelijke kansen. Het zorgt gedurende drie jaar voor een sterke en succesvolle samenwerking tussen de stad Brussel en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met als resultaat een reeks vernieuwde straten, lanen en pleinen zoals de grote voetgangerszone rondom de Grote Markt, een autovrije Oude Graanmarkt en een echt plein voor het jeugdtheater Bronks.

Vlaams minister van onderwijs, jeugd, gelijke kansen en Brussel

De verkiezingen van juni 2009 zijn een succes voor Pascal Smet en de Brusselse sp.a maar desondanks worden ze geweerd uit de meerderheidscoalitie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Zo komt de Brusselse sp.a in de oppositie terecht en Pascal Smet wordt minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel in de Vlaamse regering. Die bevoegdheden maken hem eigenlijk tot de minister van de toekomst.

“Zonder een loodgieter en een elektricien zit de advocaat met natte voeten in het donker. Daar gaat onderwijs ook over. De één is beter met zijn handen, de ander beter met zijn verstand, een derde heeft talent in talen, een vierde een groot technisch inzicht. Het onderwijssysteem moet ouders en vooral kinderen toelaten om de juiste keuze te maken.”

Terug naar zijn ware liefde

In 2014 kiest Pascal Smet opnieuw met volle overgave voor Brussel en wordt hij opnieuw Minister in de Brusselse regering.

“Le courage est d’aller à l’idéal et de comprendre le réel,” Pascal Smet citeert Jean Jaurès. Na vijf jaar als Vlaams Minister van Onderwijs heeft Pascal Smet allesbehalve spijt om terug te keren naar Brussel. Met meer ervaring en extra bagage keert hij terug om van Brussel een betere, aangenamere stad te maken.

MIJN VISIE

In verschillende steden wereldwijd staan we op een kantelpunt. Burgers trekken aan de alarmbel over de openbare ruimte in hun stad. Ze pikken niet langer dat propere lucht, mooie pleinen, veilige straten en meer stadsgroen deel lijken uit te maken van een utopie. Zo ook de Brusselaars met een hart en bezorgdheid voor onze hoofdstad.

Ze hebben gelijk. Brussel heeft een nieuw evenwicht nodig. Vanaf de jaren ’50 gaven stadsplanners de auto hier de vrije baan. Brede stadsboulevards en mooie pleinen, waarop mensen elkaar ontmoetten, maakten plaats voor stadsautostrades en parkings. Sociale interacties in de stad moesten plaats ruimen voor individuen in een afgesloten blikken doos.

Dat willen we radicaal keren. Betonnen stadskankers die wijken opdelen en auto’s voorrang geven op bewoners moeten eruit. De afbraak van het Reyersviaduct, de heraanleg van de centrale lanen, de creatie van echte pleinen zoals het Spiegelplein, Dumonplein en Fernand Cocqplein zijn voor mij maar het startschot van een brede beweging waarin we de stad terug geven aan de mensen en investeren in nieuwe publieke ruimte. We maken letterlijk ruimte voor ontmoeting en ontspanning. Want dat zijn de beste remedies tegen uitsluiting de belangrijkste ingrediënten voor een samenleving waarin iedereen zich thuis voelt.

De marsrichting naar een ander Brussel is ingezet. Op weg naar een Brussels For People.

Een aangename stad om te wandelen en te fietsen

qualité de l'air, luchtkwaliteit, air quality

Een stad met een goede luchtkwaliteit

Kwalitatieve publieke ruimte, met meer groen, parken en bomen

Efficiënt, snel en ecologisch openbaar vervoer

Een nieuwe plaats voor de wagen in de stad, ‘sharing is caring’

Een stad waar initiatieven om mensenmaat worden aangemoedigd

Een aangename stad om te wandelen en te fietsen

qualité de l'air, luchtkwaliteit, air quality

Een stad met een goede luchtkwaliteit

Kwalitatieve publieke ruimte, met meer groen, parken en bomen

Efficiënt, snel en ecologisch openbaar vervoer

Een nieuwe plaats voor de wagen in de stad, ‘sharing is caring’

Een stad waar initiatieven om mensenmaat worden aangemoedigd

MIJN TEAM

Brussel is een diverse stad met enorm veel mogelijkheden. Een stad waar diversiteit een vruchtbare bodem is voor creativiteit. Waar jong en oud in dialoog gaan en waar culturen elkaar inspireren. Brussel is een stad boordevol talent waar wat ons bindt belangrijker is dan waarin we verschillen.

The only thing that unites us all is Brussels. Omdat Brusselaars geen gemeenschappelijk verleden hebben, is de enige manier om hen te verbinden een gemeenschappelijke fierheid over hun stad, de toekomst van de stad zelf.

Deze diversiteit weerspiegelt zich in mijn kabinet. Mijn medewerkers hebben verschillende achtergronden, maar koesteren dezelfde droom voor onze stad, voor ons Brussel. We willen de stad teruggeven aan haar bewoners. Van een “Brussels for Cars” naar een “Brussels for People”.

Ons Brussel heeft de ambitie om ruimte af te nemen van de auto en terug te geven aan voetgangers en fietsers, aan kwalitatief openbaar vervoer met trams en bussen in eigen bedding. Overstapparkings houden wagens uit de stad en verbinden chauffeurs met dat openbaar vervoer. Echte pleinen zorgen voor ontmoeting en ontspanning. Want dat zijn de belangrijkste ingrediënten voor een samenleving waarin iedereen zich thuis voelt.

Alleen kunnen we dit niet. Samen – Ady, Aïcha, Alessio, Alexandre, Anita, Bart, Bekim, Bert, Carine, Carla, Carlos, Christa, Christine, Damiaan, Deborah, Dimitri, Erik, Floris, Gilles, Gisèle, Helga, Ief, Inge, Johan, Johan, Jorg, Karel, Katrijn, Lander, Loubna, Marc, Mathias, Matthias, Oumar, Paul, Roxane, Sebastien, Siegriet, Sofie, Stéphane, Steven, Suzy, Thomas, Tine, Valérie, Véronique, Willem, Winny, Yannick – zijn wij een sterk team.